Eenhoofdig gezag artikel 1:253n BW. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het aannemelijk is dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen de ouders en acht het hof de beëindiging van het gezag ook noodzakelijk. De zeer formalistische strijd van de man gecombineerd met een sterk zwart-witbeeld van de wereld om hem heen, moet in het belang van de minderjarigen stoppen. Hiermee wordt immers voorbijgegaan aan de werkelijke belangen van de minderjarigen, en de man komt hiermee tussen de hulpverlening en de minderjarigen te staan. Deze houding heeft een schadelijk effect en versterkt – ondanks alle goede bedoelingen van de man – uiteindelijk hun problematiek.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 21-01-2026