Partijen zijn gehuwd in Irak en gescheiden naar Nederlands recht. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan een Iraaks/islamitische echtscheiding. Iraaks en islamitisch recht valt samen. De wet schrijft voor de man meewerkt (art 1:68 lid 2 BW). Tijdens de procedure is tweemaal geschorst om deze echtscheiding via de ambassade dan wel in Irak geregeld te krijgen, maar de man heeft niet meegewerkt, omdat hij van mening is dat de vrouw zonder zijn medewerking kan scheiden. Daarbij gaat hij voorbij aan zijn verplichting uit artikel 1:68 lid 2 BW. Daarom wordt hij veroordeeld tot medewerking met de gevorderde dwangsom.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 25-02-2026