De biologische vader verzoekt om een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige. Hij is ontvankelijk op basis van ‘private life’ (art. 8 EVRM). Aan de minderjarige is nog geen statusvoorlichting gegeven. Dit gaat in het kader van de ondertoezichtstelling plaatsvinden. Aan de hand van het verloop hiervan zal worden bekeken in hoeverre de biologische vader mogelijk een rol in het leven van de minderjarige kan spelen. Eerst moet dit traject worden doorlopen voordat sprake kan zijn van omgang. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek af.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 31-10-2024