Geen schadevergoeding na HALT-afdoening en nacht in cel tijdens ophouden voor verhoor
De Rechtbank Amsterdam wijst het schadevergoedingsverzoek van een advocaat ex artikel 533 Sv en artikel 530 Sv af in een strafzaak die geëindigd is met een Halt-afdoening. Volgens de rechtbank moet de Halt-afdoening worden beschouwd als 'een door de verzoeker aanvaarde reactie met een punitief karakter naar aanleiding van een strafwaardige gedraging' en zijn er geen gronden van billijkheid aanwezig voor het toewijzen van de verzoeken tot vergoeding. In een zaak bij de Rechtbank Den Haag verzoekt een advocaat op grond van artikel 533 Sv vergoeding voor zijn minderjarige cliënt, die is opgehouden voor verhoor zonder inverzekeringstelling op verdenking van heling van een fiets. De rechtbank overweegt dat de wet geen grond biedt voor vergoeding van schade als gevolg van het ophouden van de verdachte voor verhoor. De rechtbank merkt op dat het feit dat de verzoeker een nacht in een politiecel heeft moeten doorbrengen terwijl hij nog maar vijftien jaar oud was, ongetwijfeld impact zal hebben gehad op hem en op zijn familie. Het enkele feit dat de verzoeker minderjarig was op het moment dat hij werd opgehouden voor verhoor, vormt echter geen grond om af te wijken van de regeling van artikel 533 Sv.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19-03-2021