Uitzitten forse jeugddetentie zal recidiverisico verdachte volgens rechtbank waarschijnlijk negatief beïnvloeden
Een minderjarige verdachte, geboren in 2003, staat terecht op verdenking van medeplegen van poging tot moord op 27 mei 2020 in Amsterdam. Het betreft drillrap-gerelateerd geweld. De officier van justitie eist veertien maanden jeugddetentie, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met oplegging van verschillende bijzondere voorwaarden. De rechtbank overweegt echter dat wanneer een forse onvoorwaardelijke jeugddetentie op zou worden gelegd, de huidige succesvolle vorm van intensieve begeleiding vervalt. De rechtbank is van oordeel dat het uitzitten van een (forse) detentiestraf (in een jeugdgevangenis met veel antisociale jongeren) en daarmee het wegvallen van alle hulpverleningstrajecten, het recidiverisico van de verdachte naar alle waarschijnlijkheid negatief zal beïnvloeden. De verdachte wordt veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar, waaraan verschillende bijzondere voorwaarden verbonden zijn zoals de verplichting naar school te gaan en mee te werken met hulpverlening. Daarnaast wordt tweehonderd uur werkstraf opgelegd.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22-04-2021