Wet bepaalt niet uitdrukkelijk dat terugplaatsing inrichting ook mogelijk is in geval van plegen nieuw strafbaar feit
De PIJ-maatregel van een veroordeelde is op 5 november 2020 geëindigd. De officier van justitie vordert verlenging van de voorwaardelijke beëindiging en tevens terugplaatsing van de veroordeelde in de inrichting omdat hij is aangehouden met een vuurwapen in zijn bezit. De rechtbank oordeelt dat wanneer de wetgever de bedoeling had gehad een veroordeelde die zich in de fase van de voorwaardelijke beëindiging bevindt ook bij het plegen van een nieuw strafbaar feit terug te plaatsen in het kader van die PIJ-maatregel, er in artikel 6:6:32 lid 3 Sv ook expliciet een verwijzing naar artikel 77ta lid 1 of artikel 77ta Sr had moeten staan. Nu dat niet het geval is, oordeelt de rechtbank dat terugplaatsing van de verdachte op grond van het plegen van een nieuw strafbaar feit – nog daargelaten dat van een veroordeling in deze zaak nog geen sprake is – niet mogelijk is.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11-08-2021