L. Huijbers
Buturuga t. Roemenië (EHRM, nr. 56867/15) – Cybergeweld expliciet erkend als verschijningsvorm van huiselijk geweld
 

Nieuwsbericht

SW | 06 april 2020 16:02 | Rapport ‘Omgang tussen grootouders en kleinkinderen, een sociaalwetenschappelijke en rechtsvergelijkende studie’, bijlage bij brief aan de Tweede Kamer, 27 maart 2020, kenmerk 2862425

Onderzoeksrapport ‘Omgang tussen grootouders en kleinkinderen’ aan de Tweede Kamer aangeboden.

De Minister voor Rechtsbescherming heeft op 27 maart 2020 het onderzoeksrapport Omgang tussen grootouders en kleinkinderen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het is een van de onderzoeken die voortvloeien uit het rapport van de Staatscommissie Herijking Ouderschap.
Het rapport concludeert dat de drempel in Nederland voor een ontvankelijk omgangsverzoek te hoog lijkt te zijn. In Nederland moet sprake zijn van meer dan gebruikelijk contact tussen grootouders en kleinkind, terwijl in het internationale juridische kader een ‘normale’ grootouder-kleinkindrelatie het uitgangspunt is. Een andere invulling in de rechtspraktijk van het begrip ‘nauwe persoonlijke betrekking’ ligt daarom voor de hand.
Daarnaast benadrukken experts de wens en het belang van de kinderen. Het uitgangspunt zou moeten zijn of het kind contact met de grootouder wil. In procedures behoort het kind gehoord te worden. De belangen van het kind zouden bijvoorbeeld door een vertrouwenspersoon of bijzondere curator kunnen worden behartigd.
Verder zou in geval van echtscheiding in de ouderschapsplannen standaard aandacht kunnen worden besteed aan contact met grootouders, waarbij geredeneerd wordt vanuit het belang van het kind.
Bemiddeling verdient de voorkeur boven het zetten van juridische stappen. En meer maatschappelijke aandacht voor de problematiek zou kunnen bijdragen aan het doorbreken van het taboe en de schaamte bij grootouders.