Wendy_schramaW.M. Schrama
Vergoedingsrechten tussen ongehuwde samenlevers:­ van de regen in de drup. Commentaar bij Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:­NL:­HR:­2019:­707.
 

Nieuwsbericht

SW | 13 januari 2020 15:02 | Nederlands Jeugdinstituut

Minder uitval van pleegouders bij betere begeleiding.

Ieder jaar stopt zo’n 14 procent van de pleeggezinnen met het pleegouderschap. In dit onderzoek, waaraan meer dan vijfhonderd gestopte pleegouders hebben deelgenomen, is onderzocht waarom pleegouders stoppen en in hoeverre zij behouden kunnen worden voor de pleegzorg.
Het overgrote deel van de gestopte pleegouders (72 procent) sluit niet uit zich in de toekomst opnieuw te willen inzetten voor kwetsbare kinderen – via pleegzorg of op een andere manier. Het onderzoek laat zien dat te weinig gebruik wordt gemaakt van dit grote potentieel, ondanks een tekort aan pleegouders.
Uitval van pleegouders kan voorkomen worden door hen in iedere fase van het pleegouderschap meer erkenning en ondersteuning te bieden. Niet alleen tijdens de plaatsing, maar ook daarvoor én daarna. Ook is het belangrijk dat het leer- en trainingsaanbod voor pleegouders wordt uitgebreid en verbeterd, waaronder het leren met en van andere pleegouders. De afronding van een pleegzorgplaatsing en de nazorg voor gestopte pleegouders schieten op dit moment tekort. 21 procent van de gestopte pleegouders geeft aan dat er geen aandacht is besteed aan de afronding van de plaatsing. In het onderzoek kwam als belangrijk knelpunt naar voren dat het pleegzorgsysteem is ingericht op plaatsingen en niet, of in mindere mate, op de pleeggezinnen. Wanneer een plaatsing stopt, stopt de financiering en daarmee de pleegzorgbegeleiding.

Lees verder